Op die druilerige en bewolkte rustige zondagmorgen,
waren veel bewoners na de kerkgang nog onderweg naar huis. Omstreeks 11.30 uur hoorden ze in de verte een aanzwellend huilend geluid. Het is van een vliegtuig, maar klinkt anders dan normaal. Niet het monotone geluid van een dagelijkse vloot van ongeveer 1500 overvliegende bommenwerpers en jagers, maar dat van één vliegtuig in nood.

Boven Duitsland was deze geallieerde bommenwerper aangevallen en beschadigd door vijandelijke jagers. De aangeschoten bommenwerper wist door een duik in de wolken te ontkomen, in de hoop terug te kunnen keren naar hun basis. Om verder vijandelijk grondvuur te ontwijken werd de route Zoutkamp/Waddenzee gekozen. Dit was een gangbare keuze vanwege weinig kans op FLAK. (Lucht afweergeschut)

Reeds boven Duitsland waren enkele mitrailleurs, de elektrische en hydraulische systemen en twee motoren buiten gebruik geraakt. De piloot, John R. Stevens, gaf opdracht de acht bommen op veilig te stellen en ze boven vijandelijk gebied af te werpen. Dit lukte met zes. De overige twee mochten niet boven geallieerd Nederland worden gedropt en bleven aan boord.

De ‘Seattle Sleeper’ was onderweg van Bassingbourn UK naar Altenbeken in Duitsland. De bedoeling was de belangrijkste spoorwegaanvoerlijnen van kolen en andere  oorlogsprodukten richting het industriële Ruhrgebied te vernietigen. Echter, tien minuten voor het bereiken van het doel werd het eskader aangevallen door 40 Duitse jagers en de Seattle Sleeper moest het squadron beschadigd verlaten. Andere vliegtuigen waren minder gelukkig. Tijdens zijn duik van zes naar vier kilometer lukte het nog de aanvallende vijandige jager ME-109 Messerschmitt te vernietigen.

Boven Nederland begonnen zich steeds meer problemen te manifesteren. Ter hoogte van Norg ontdekte men dat de rechtervleugel in brand stond. De piloot gaf het kommando het vliegtuig te verlaten. Ergens boven Een spong de eerste groep. Het waren Richard A. Trombley, Quilla D. Reed, Henry M. St. George en John C. Weisgaber.

Intussen dendert het ernstig beschadigde vliegtuig steeds lager en dichterbij. Het hoge toon geluid zwelt aan, veroorzaakt door de kogelgaten in de vleugels en de geopende ontsnappingsluiken. Ergens boven Allardsoog zwenkt het vliegtuig naar links en springt de rest van de bemanning er uit. Het waren Robert T. Anderson, Stanley F. Johnston, Mabry D. Barker, Rene P. Pratt en als laatste de piloot John R. Stevens.

Tijdens de sprong zagen Barker en Stevens de rechtervleugel met de twee motoren afbreken, gevolgd door een brandstoftankexplosie. Het wrak neemt zijn laatste bocht en komt in vrije val dwarrelend richting Haulerwijk. De resteren neerstortten 250 meter tegenover de Gereformeerde kerk op de erven van Cazemier over de woning Rommert Dijkstra heen op het land Klaas van der Veen

Zes van de bemanningsleden worden door gewone burgers opgevangen, verzorgd en naar betrouwbare onderkomens gebracht, waarna de ondergrondse/het verzet die taken overnam.
Drie bemanningsleden worden die dag gearresteerd, twee door de Duitsers en een door de Nederlandse politie. Het waren John C. Weisgaber, Robert T. Anderson en Rene P. Pratt.
Site Meter