Page 4 - Kijk op zijn omgeving
P. 4

Pagina 2

 In een briefvan 21 Februari van dat jaar lezen we:
De HaulelWijk is ene Veenkolonie, die voor ruim vijftigjaren is begonnen bevolkt te worden
 ter plaatse alwaar nu de oude school nu nog met enige huizen wordt gevonden, daar die door
 de tijd verloop en door het vergraven der venen van jaar totjaar al verder en verder zich
 heeft uitgebreid, en nog zal uitbreiden tot aan de scheiding van Friesland en Groningen en
die nu reeds ene lengte heeft van meer dan twee uren gaans langs de hoofdvaart.
Langs de vaart staan burger huisjes, oftenten, ofhokken in de aardwallen gegraven, in welke
laatste men .nauwlijkslijks bij dagen de bewoners niet kan vinden, en in welke gebouwen na
gedane opneming. Veel meer dan honderd kinderen worden gevonden, die noodzakelijk
schoolondelWijs behoeven.
Twee jaar later op 2 januari 1829 wordt de school dan toch in gebruik genomen.
Het Rijk had een subsidie van 800 gulden voor de bouw verleend. Voorts aan beide
schoolmeesters te Waskemeer en Haulerwijk een jaarsalaris van 150 gulden verzekerd.
Voor 800 gulden heeft men ruimschoots een school kunnen bouwen.
Het schoolgebouw was geschikt voor honderd kinderen. En daarin zou de gelegenheid zijn,
Datjonge kinderen tot christenen kunnen worden opgeleid, en niet als woeste heidenen op
groeien.
Dit was de z.g.n. tweede school, die te waskemeer werd de hoofdschool genoemd.
Maar al diende de school dan om de kinderen te kunnen opvoeden tot "alle christelijke en
maatschappelijke deugden'', de sociale omstandigheden in die dagen legden weinig getuigenis
af van christelijke naasten liefde. Lange dagen moesten worden gewerkt, vrouwen en
kinderen moesten vaak mee.
De veenbazen, dat waren de mensen, die het veen kochten, en de turflieten graven waren de
uitvoerders van de wil van de heren compagnons, de arbeiders waren hun slachtoffers.
Er werd overhen, maar zonder hen beslist. Het hoogste loon was in die dagen viergulden en
tachtig cent per week en dan werd uiteraard alleen betaald als er gewerkt was. Vorstverlet of
iets dergelijks kende men niet. Rekening houdende met winter en dergelijke zal er gedurende
ten hoogste ruim 40 weken per jaar kunnen zijn gewerkt. Het maximale loon was derhalve
ternauwernood 200 gulden per jaar. Het is wel duidelijk dat er bij dergelijke "lonen" bittere
armoede werd geleden. Het was dan ook beslist nodig, wilde men althans trachten het hoofd
boven water te houden, dat ook de vrouwen mee.werkten, ze deden allerlei werk, o.a. ook turf
kruien, een uiterst zware arbeid, waarvan veel kreupel werden.
Als de man en de vrouw beiden naar het veld waren, bleven de kinderen alleen thuis, onder
toezicht van een broertje ofzusje van 8 of9 jaar. Waren ze ouder dan moesten ze mee naar het
veld. Zomers was de school gesloten, 's winters ging men er dan weer heen, een leerplichtwet
was er nog niet. Sedert 1900 kent Nederland de leerplicht.

                        Hier strijd om betere omstandigheden

Het was mr. Groen van Prinsterer, die de grote leider zou worden in de strijd om een vrije
christelijke school. Als christen-staatsman voerde hij z'n binnen en buiten het parlement.
Van het recht van petitionnement (petitie= verzoekschrift) werd dan ook meermalen gebruik
gemaakt. In 1857 kwam er een lichtpuntje in een nieuwe wet. Deze gaf de vrijheid voor het
bouwen van christelijke scholen. Maar als een reactie hierop, wensten de tegenstanders van het
christelijk onderwijs verbetering en bevordering van het volksonderwijs.
De christelijke school diende weg geconcurreerd te worden. Er was groot verzet tegen de
christelijke school. Ferdinand Domela Nieuwenhuis had grote invloed in de z.o.-hoek van
Friesland. Als Luthers predikant, brak hij in 1879 met de kerk. Zijn ommezwaai werd volledig.
   1   2   3   4   5   6   7   8   9